Interview met Honoré δ’O
De titel van uw tentoonstelling, ‘Quarantaine-Quarantine’, suggereert zowel isolatie als een soort van spirituele retraite. U hebt veertig dagen verbleven in de Chihuahua-woestijn, Dat moet een hevige ervaring geweest zijn, zowel fysiek als mentaal. Is dat van belang bij uw werk? Moet u afstand nemen van de wereld om te kunnen creëren?
Dat klopt: ik zet graag een stapje naar achteren, om een overzicht te hebben. Dat zit in mijn aard: ik zal eerder reflecteren dan actief participeren. Ik tracht waar te nemen wat er aan het gebeuren is om me heen en tussen mezelf en de omgeving. Daarna luister ik naar hoe dat bij mezelf resoneert. In zekere zin hou ik van afzondering; het is een aangename toestand. Tijdens deze vorm van ‘quarantaine’ – zonder verplichtingen en zonder de alledaagse bezigheden – valt er een zwaarte van me af. Ik ben minder verwikkeld in de dynamiek van sociale en economische interacties. In Marfa was ik helemaal ondergedompeld in een prachtige omgeving. Ik voelde me één met het hele bestaan, en helemaal niet afgescheiden of begrensd. Ik merkte heel sterk een soort omkering: het is niet ik die de omgeving in me opneem, maar de omgeving die míj absorbeert. Dat gegeven zorgde dan ook voor een vernieuwde definitie van inspiratie. De wereld toont zich steevast als een levende logica, als de heldere verklaring voor onze queestes. De compositie onthult de antwoorden: het is een beeldtaal die begrepen kan worden. Het enige wat we nodig hebben, is een gemotiveerde ingesteldheid. Die methode kan dag en nacht aangewend worden, zonder fysieke inspanning of werk.
Hoe heeft uw verblijf in de woestijn de tentoonstelling precies vormgegeven of geïnspireerd?
Toen ik aankwam in Texas, was ik van plan om stadjes en dorpen in de buurt te bezoeken en om een aantal kunstencentra en bekende collecties te bekijken. Maar toen ik bij de woestijn kwam en – voor het eerst – op het terras van mijn trailer stond, kwam het landschap stevig binnen. Ik stond eventjes verstijfd: de horizon van oost naar west, en pal in het midden van mijn uitzicht, de prachtige Haystack-berg. Mijn plannen gingen op de schop en ik besloot instinctief om in die setting te blijven en de berg als mijn ‘metgezel’ te beschouwen. Dat gevoel zou de toonaard worden voor al mijn ervaringen tijdens mijn verblijf.
Tijdens mijn residentie werd ik niet geacht om iets te creëren. Er was geen verplichting om te produceren, te presenteren of te representeren. De tentoonstelling bij het MACS lag ook nog niet vast. Die geruststelling en de vrijheid maakten het allemaal nog gemakkelijker: geen werk op de plank, just δ’O to do. Video werd een evidente keuze om mee aan de slag te gaan in die omstandigheden. Ik nam veel korte performances op, instant geïnspireerd door ideeën die me te binnen schoten tijdens het observeren van het licht, de wind, het ontbijt en de vegetatie, zandhozen overdag, de melkweg ’s nachts, ...
Het is ook opmerkelijk hoe de onmetelijkheid van ruimte hand in hand gaat met de onmetelijkheid van tijd. Ik had zeeën van tijd om te reflecteren over mijn eerdere werk, mijn chaotische archief, de rode draad die steeds zichtbaarder wordt in het geheel van mijn activiteiten. Ik zal zeker fragmenten uit het verleden oprakelen en ze in Grand-Hornu integreren in het verhaal over de Chihuahua-residentie.
De tentoonstelling is te zien in de grote vierkante zaal in het MACS. Hoe hebt u de architectuur ingezet om de woestijnbeleving op te roepen of om uw werken erin te tonen?
Eerst en vooral heb ik geen witte tentoonstellingswanden nodig, maar die kunnen geleidelijk het kader worden waarin ik mijn verhaal vertel: ze kunnen een integraal deel van de installatie worden. Als je mij een atypische setting zou aanbieden zoals een deurklink, de onderkant van een tafel, het dak van een gebouw of de rand van een dorp, dan zou ik het in dank aannemen. Als schilder liet ik het canvas snel achterwege. Tegenwoordig schilder ik in de lucht: lucht is het canvas of de sokkel waarop ik mijn beelden plaats. Lucht is essentieel in mijn composities. Voordat ik begin aan het installatieproces, heb ik nooit een exact idee van hoe de tentoonstelling eruit zal zien. Ik heb fragmenten, veel basismateriaal, noten en tonen, maar zolang ze geen melodie vormen, blijft het proces open. Het compacte gedicht zou een hele symfonie kunnen worden, maar evengoed wordt het onzichtbaar en transformeert het in een geur. De ruwe grondstoffen moeten zichzelf wegcijferen en vooral het beeld van verwantschap en connectie uitdragen.
De vierkante zaal is natuurlijk heel geschikt om de video’s te tonen. Ik ben geïnteresseerd in het licht. Het geprojecteerde licht bevat inhoud, maar is nog steeds immaterieel. Het past bij de sfeer in Marfa. Ik ben op zoek naar een mentale respons, wars van een puur materieel of objectgebaseerd beeld. Misschien breng ik wel cactussen mee naar Hornu, of golfstokken. Raar maar waar: een klein dorp in de woestijn heeft een golfterrein. Er zijn ondergrondse waterbronnen onder het Marfa-plateau. Het water stroomt van de bergen naar de Rio Grande, de grens met Mexico.
De vierkante zaal is ook een afgesloten box: de perfecte architectuur voor een quarantaine. Het scheidt een ruimtelijk deel af van het geheel. De afscheiding verhindert een eventuele verkeerde confrontatie met verschillende oogpunten. Het beschermt zowel de inhoud binnenin als die van buiten.
Uw werk gaat over het creëren van relaties tussen materialen, objecten en ideeën. Wat hoopt u dat bezoekers zullen voelen of meenemen na het ervaren van deze ‘quarantaine’?
Ik beschouw deze installatie als een soort replica van de Chihuahua-woestijn. Wanneer mensen de gerechten proeven in een restaurant, kunnen ze de bereiding interpreteren. In de bron vind je de pure ingrediënten. Bezoekers maken deel uit van het gebeuren, van de kunst. Misschien zal de installatie ook lijken op een cactus en kan de kijker zich ergens aan prikken. Ik hou van het element ‘gevaar’: het stimuleert het bewustzijn. Nog voor mijn reis had ik het riskante plan opgevat om zo ver mogelijk de woestijn in te wandelen, in de heldhaftige en idyllische wetenschap dat ik terug thuis kon geraken. De concepten gevaar en overleven zijn deel van het avontuur.8
Ik hoop dat de mensen de tentoonstelling mee naar huis kunnen nemen. Je kan een kunstwerk natuurlijk pas echt begrijpen als je er oprecht aandacht aan besteedt. Zoals bij een boek: als je wil weten wat erin staat, moet je het lezen, de verbanden volgen tussen de woorden en de zinnen, de alinea’s en de hoofdstukken. De energie hangt in de lucht die de bezoeker inademt. Als het publiek deel wordt van de kunst, kan het beginnen te reflecteren. De ideale situatie is een installatie die als een omhelzing aanvoelt, als een knuffel in een labyrint: je loopt verloren, maar je hebt een gids. Je vindt de uitgang door de manier waarop de dingen geordend zijn. Zo’n gebeurtenis is een bescheiden maar een waarachtig en verfijnd gevoel van QUARANTAINE.