Interview met Lucia Bru
Foto: Tom Vanhee
Hoe had je de tentoonstelling ‘Aux choses mêmes’ voor ogen? Wat inspireerde je?
De museumruimte, met twee grote en twee kleine zalen, deed mij onmiddellijk reflecteren over schaalgrootte, een essentieel begrip in mijn onderzoek.
Al snel nam ik het besluit dat de kijkers in de eerste zaal naar de dingen zelf zouden gaan en dat – daartegenover – de dingen in de tweede zaal hen zouden opzoeken.
Ik gebruik vaak het woord ‘ding’, omdat het de essentie beoogt. Het leidt me naar vragen over directheid, over waarneming. Het leidt me ook naar eenvoud.
Tegenwoordig lijkt het mij belangrijk om terug te keren naar eenvoudige contacten, concrete, fysieke en perceptieve contacten, zonder per se een beroep te doen op discours.
‘Aux choses mêmes’ is een manier om te zeggen: ‘Laten we teruggaan naar de eenvoud en het plezier van het bekijken van een sculptuur.’
Hoe pak je een idee, een sculptuur aan?
Mijn werk is al heel lang gestructureerd in families van objecten, in gemeenschappen van vormen, zoals ik het graag omschrijf. Geleidelijk zijn er co-existenties en relaties ontstaan. Het ene veroorzaakt het andere.
Ik hou ervan om met materialen in dialoog te gaan. Ik zorg ervoor dat ik geen volledige controle heb en laat een zekere vrijheid aan de materialen. De oven zal bijvoorbeeld dingen onthullen die verborgen zitten in de vorm: impulsen, aanrakingen, bepaalde handelingen.
Mijn – vrij abstracte – vormtaal bestaat uit eenvoudige geometrische vormen waarin ik leven, vitaliteit probeer te blazen. De materialen treffen elkaar: kristal, cement, porselein, krantenpapier... Ik vind het leuk om te zien hoe porselein reageert op cement, hoe kristal, dat geassocieerd wordt met een bepaalde kwetsbaarheid en rijkdom, een materiaal als cement – dat een veel grotere dichtheid heeft – in bedwang kan houden.
Licht is ook een belangrijk element. Het onthult de objecten. Het zorgt voor tijdelijkheid en het construeert de ruimte. In het atelier lokt ze vormen uit die me aanspreken en die ik documenteer via foto’s of video’s.
Hoe zou je je praktijk en de band die je hebt met je werken omschrijven? Kan je ons bijvoorbeeld iets vertellen over de rekken in de eerste zaal van het museum?
Mijn handelingen zijn intuïtief. Zelfs als ik ze herhaal, produceer ik nooit precies hetzelfde. De vormen worden beïnvloed door het materiaal zelf (klei dat vochtiger of droger is), maar ook door mijn gemoed of door de omgeving. Deze imperfecties wekken menselijkheid op, soms zelfs antropomorfisme.
De sculpturen worden metgezellen.
Ik heb ongeveer tien ateliers gehad in Brussel. Elke nieuwe ruimte is een begin. Elke keer, voordat ik ergens aan begon, plaatste ik rekken om mijn sculpturen op te zetten. Denis Gielen spreekt over een ‘bibliotheek van vormen’.
Het was een manier om mijn koffers neer te zetten en mijn draai te vinden. Het rek laat me zien waar ik sta. Ik kan een werk hernemen of het in stand-by zetten.
De tentoonstelling ‘Aux choses mêmes’ begint met rekken met daarop kleinschalige sculpturen. Daar wilde ik het nodige belang aan hechten, omdat we vaak veel aandacht besteden aan wat groot is.
Deze rekken maken het ook mogelijk om langs het frame te lopen. Je verkent de ruimte door van het ene fragment naar het andere te gaan. Het doet denken aan een temporeel of formeel ‘glijdend shot’. Het is een manier om 30 jaar onderzoek te tonen.